Geschiedenis van het koninklijke gezelschap van de oude boogschutters van Wezet


Vanaf de vroege middeleeuwen was Wezet één van de belangrijkste steden op het economische vlak.

Heel vroeg waren de magistraten dus verplicht een gemeentelijk volksleger op te richten om de veiligheid van de burgers te verzekeren, om de struikrovers terug te slaan en om de talrijke handelaars te beschermen die in de kleine Maastad toestroomden. Vanaf de Xde eeuw werden deze mensen met handbogen bewapend. In de jaren 1330 liet de prins-bisschop Adolphe de la Marck rondom de stad een beschermingswal oprichten. De dan officieel benoemde boogschutters moesten deze verdedigen. Herhaaldelijk maakten ze zich in deze taak beroemd en sloegen veel aanvallers terug. De militaire activiteiten van het gilde duurden tot de 17de eeuw, wanneer deze samen met de geweermakers een politierol op zich nam, alvorens geleidelijk een historisch genootschap te worden, die erover waakte dat zijn zeden en gewoonten duurden.

Drie betogingen worden door de boogschutters georganiseerd :

A) De afdaling wordt voor het Sint-Joris feest gevierd en herdenkt de tijd toen de boogschutters van de lonen van beide koopvaardijschippen genoten, die tussen Luik en Maastricht doorvaarden.
B) Het St-Joris feest wordt de zondag na de 23 april gevierd. De boogschutters vieren hun beschermheilige, defileren door de straten van Wezet en wonen de traditionele kloosterdienst bij.
C) Het Godfeest gebeurt de tweede zondag van augustus. Het gilde viert zijn religieuze oorsprongen, organiseert een groot schietenwedstrijd en een prachtig defileren ("GAST") van paren, dat door iedereen bewonderd wordt.

Organisatie van de optochten

Het gezelschap bevat :
- een tromkorps voorgegaan door de Trom-Major (dienstkleding geïnspireerd op de Napoleontische tijd, beremuts)
- een Kadettenkorps (stadskleding, blauwe plattemuts)
- een Koning met zijn adjuncten voorgegaan door een stafdrager. Deze levenslang benoemde dignitaris draagt een prachtige met zilver bestikte dienstkleding en een steek met een witte pluim.
- een korps met de Generale Staf officiers. Elk lid van dit korps draagt een hemelsblauwe broek, zilver boord, zwarte jas, hoge hoed, staatsie hemd en vest, witte handschoenen.
- een peloton met aspiranten (stadskleding)
- de medebroeders van de Generale Staf van de Koning (stadskleding)

Elke peloton wordt voorgegaan door boogschutters en een vaandeldrager. De Generaal-President defileert voor zijn officiers en naast zijn directe adjuncten. Het standbeeld van St-Joris uit 1776 is een onvermijdelijke bezienswaardigheid.

Het museum van de boogschutters van Wezet

Om de geschiedenis van ons oude gilde goed te begrijpen moet u ons museum, geleden aan de rue Haute 46, absoluut bezichtigen : een grote zaal die overvol is met onvergelijkbare stukken. U ontdekt oorlogshandbogen (met greep) daterend uit de 15de en 16de eeuw. Kruisbogen met gesneden ivoor erop die van hetzelfde tijdperk dateren. Onder deze laatste vindt u namelijk de "Duc d'Albe" en de "Marguerite". De eerste werd aan de boogschutters aangeboden door de gouverneur van spaanse Nederland. De tweede door Marguerite de Valois, aanstaande koningin van Frankrijk. Dan komen de kiezelsteenhandbogen (17de eeuw), de buizerdbogen (19de eeuw), de bogen met tegenwicht (19de eeuw), de kolfbogen (20de eeuw) en veel andere wapens, de ene steeds opmerkelijker dan de andere. Het middelpunt van die tempel van de boogschuttersgeschiedenis is de standbeeld van St-Joris die u met veel plezier kan bewonderen (Maastricht, 1776)

Het museum van de boogschutters is een betoverend oord dat een aandachtig bezoek verdient.

Contactpersonen :
L. BELLEM +32 (0) 4/379.19.38
D. HUBERT +32 (0) 4/387.65.07
+32 (0) 474/24.06.73

© 2002, Arbaletriers.be
Développement Technique